Waarom kijk je meteen prettig naar de ene foto, terwijl een andere foto van precies dezelfde plek saai of statisch aanvoelt? Dat heeft vaak te maken met de compositie. Waar plaats je je onderwerp in beeld? Hoeveel ruimte laat je eromheen? En waar ligt bijvoorbeeld de horizon? Een van de bekendste én makkelijkste compositieregels binnen fotografie is de regel van derden, ook wel bekend als de rule of thirds. Het fijne is dat je er geen bijzondere camera of technische kennis voor nodig hebt. Zodra je weet waar je op moet letten, kun je de regel eigenlijk bij iedere foto toepassen. Met een camera, maar dus ook met je telefoon.
Wat is regel van derden?
Bij de regel van derden (of rule of thirds) verdeel je het beeld denkbeeldig in negen gelijke vlakken, zoals een raster van drie bij drie. Twee horizontale en twee verticale lijnen verdelen je foto in deze negen vlakken. De vier punten waar de lijnen elkaar kruisen zijn belangrijke plekken binnen je compositie. In plaats van het belangrijkste onderwerp automatisch midden in beeld te zetten, plaats je het bijvoorbeeld op of in de buurt van een van deze snijpunten.
Je hoeft overigens niet altijd een onderwerp precies op zo’n punt te plaatsen; de lijnen zelf kun je ook gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan een horizon die je langs de bovenste of onderste horizontale lijn laat lopen, of een persoon die je ongeveer langs een van de verticale lijnen positioneert.

Waarom werkt de regel van derden zo goed?
We zijn snel geneigd om het belangrijkste onderwerp midden in een foto te zetten. Je ziet iets moois, richt je camera erop en zorgt ervoor dat het precies in het midden staat. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar het levert vaak een vrij statisch beeld op. Door je onderwerp iets uit het midden te plaatsen, ontstaat er meer spanning en krijgt het oog meer ruimte om door de foto te bewegen. Je kijkt niet alleen naar het hoofdonderwerp, maar wordt als het ware ook meegenomen naar de omgeving eromheen.
Vooral bij reis- en landschapsfotografie is dat interessant. Een persoon hoeft bijvoorbeeld helemaal niet groot in beeld te staan. Door iemand op ongeveer een derde van het beeld te plaatsen, kan juist de omgeving een belangrijke rol spelen. Je ziet niet alleen de persoon, maar ook waar diegene zich bevindt. Ook bij het fotograferen van dieren vind ik dat zelf vaak belangrijk, omdat je zo ook een deel van de leefomgeving in beeld brengt.

De horizon op een derde van het beeld
Bij landschapsfotografie is de regel van derden heel gemakkelijk toe te passen op de horizon. In plaats van de horizon precies halverwege de foto te plaatsen, kun je hem ongeveer op een derde van boven of van onderen leggen. Welke van de twee je kiest, hangt af van wat je wilt benadrukken. Heb je een spectaculaire lucht met mooie wolken, kleuren of licht? Dan kun je de horizon op ongeveer het onderste derde deel van het beeld plaatsen. De lucht krijgt daardoor veel meer ruimte. Is juist de voorgrond interessant, bijvoorbeeld door rotsen, een weg of een mooi landschap? Of kun je door bloemen op de voorgrond een mooi doorkijkje fotograferen? Plaats de horizon dan rond de bovenste horizontale lijn; zo geef je veel meer aandacht aan wat zich vóór je bevindt.

Een persoon fotograferen met de regel van derden
Ook bij het fotograferen van mensen is de regel heel handig. Zeker bij reisfotografie hoef je iemand lang niet altijd midden in beeld te zetten. Staat iemand bijvoorbeeld naar rechts te kijken of te lopen, dan kun je diegene links in het beeld plaatsen. Je laat vervolgens rechts meer ruimte vrij. Die persoon kijkt of beweegt dan als het ware de foto in. Hetzelfde kun je doen wanneer iemand over een pad loopt, naar een berg kijkt of aan de rand van een meer staat. Door de persoon op een van de verticale lijnen of bij een snijpunt te plaatsen, krijgt ook de omgeving een duidelijke functie in de compositie. Let daarbij ook op de richting waarin iemand kijkt of beweegt. Wanneer iemand heel dicht tegen de rechterrand staat en ook naar rechts kijkt, kan het voelen alsof diegene het beeld uit kijkt. Extra ruimte vóór je onderwerp werkt meestal een stuk beter.



Gebruik de snijpunten voor je belangrijkste onderwerp
De vier snijpunten van het raster worden vaak gezien als de sterkste plekken binnen de deze compositieregel voor fotografie. Je kunt daar een persoon, gebouw, boom, boot of ander opvallend element plaatsen. Bij het fotograferen van een landschap kan dat iets heel kleins zijn, bijvoorbeeld een wandelaar in een enorm berglandschap. Juist doordat die persoon niet centraal staat, blijft de grootsheid van het landschap behouden terwijl je oog toch meteen een duidelijk punt heeft om naartoe te gaan. Het onderwerp hoeft trouwens niet exact op het kruispunt te staan; zie de lijnen vooral als hulpmiddel en niet als een meetkundige opdracht waarbij alles tot op de millimeter moet kloppen.

De rule of thirds helpt ook bij het fotograferen van gebouwen
Bij architectuur en stadsfotografie kun je dezelfde techniek gebruiken. Een toren, deur, opvallende gevel of ander belangrijk detail kun je bijvoorbeeld langs een van de verticale lijnen plaatsen. Fotografeer je een gebouw met veel omgeving eromheen, dan kan het juist interessant zijn om het gebouw niet midden in het beeld te zetten. Daarmee geef je ook ruimte aan een straat, plein, landschap of andere elementen die iets vertellen over de locatie. Bij symmetrische gebouwen ligt dat overigens anders. Een perfect symmetrische gevel kan juist veel sterker worden wanneer je hem wél precies centraal fotografeert. De rule of thirds is dus geen regel die je altijd moet volgen.

Zet het raster aan op je camera of telefoon
Je hoeft de negen vlakken gelukkig niet iedere keer zelf voor je te zien; op vrijwel iedere camera en smartphone kun je een raster inschakelen. Je ziet tijdens het fotograferen dan twee horizontale en twee verticale lijnen in beeld, waardoor je meteen kunt controleren waar je onderwerp en horizon zich bevinden. Zelfs wanneer je de lijnen na verloop van tijd niet meer nodig hebt, is het handig om een tijdje met het raster te fotograferen. Je gaat composities daardoor vanzelf anders bekijken. Op een gegeven moment zie je die verdeling bijna automatisch, ook wanneer je het raster niet in beeld hebt.

Je kunt de compositie achteraf nog aanpassen
Heb je tijdens het fotograferen niet helemaal goed op de compositie gelet? Dan kun je de rule of thirds ook achteraf gebruiken bij het uitsnijden van een foto. Veel fotobewerkingsprogramma’s en apps laten tijdens het croppen automatisch een raster zien. Je kunt de foto dan iets verschuiven of anders uitsnijden zodat bijvoorbeeld de horizon op een derde komt te liggen of het onderwerp dichter bij een snijpunt terechtkomt. Daarbij is het natuurlijk wel prettig wanneer je rondom je onderwerp voldoende ruimte hebt gefotografeerd. Als je tijdens het maken van een foto erg krap kadert, heb je achteraf veel minder mogelijkheden om de compositie nog te veranderen.


Moet je deze compositieregel voor fotografie altijd gebruiken?
De regel van derden is een hulpmiddel voor fotografie, geen wet. Er zijn genoeg situaties waarin een onderwerp midden in beeld juist veel sterker werkt. Denk aan symmetrie, reflecties, een weg die recht naar een onderwerp leidt of een portret waarbij je bewust een heel centrale compositie wilt maken. Ook kun je andere compositietechnieken gebruiken. Zo kun je met leidende lijnen in fotografie de blik van de kijker bewust door het beeld sturen en meer diepte creëren. Andere mogelijkheden zijn kaders binnen het beeld, herhaling, symmetrie of negatieve ruimte. Soms kun je meerdere technieken zelfs binnen één foto combineren. Het voordeel van de regel van derden is vooral dat het een heel toegankelijk uitgangspunt is. Twijfel je tijdens het fotograferen over je compositie? Kijk dan eens wat er gebeurt wanneer je je onderwerp van het midden naar een van de derden verplaatst.

Eerst de regel leren, daarna bewust ervan afwijken
Wanneer je net bewuster met compositie bezig bent, is dit compositiehulpmiddel voor fotografie handig om veel mee te oefenen. Zet het raster aan en probeer tijdens het fotograferen verschillende versies te maken. Eén met je onderwerp in het midden en één waarbij je het op een derde plaatst. Leg de beelden later naast elkaar en kijk welke compositie je zelf het sterkst vindt. Na verloop van tijd hoef je niet meer bij iedere foto bewust te denken: ik moet de regel van derden gebruiken. Je gaat vanzelf herkennen waar een onderwerp prettig in het beeld staat!